Ingrediënten : 2 pladijzen, 150 gr ongepelde garnalen, ½ broccoli, boter, olijfolie, pesto
Voor de puree : 250 gr aardappelen, 500 gr netto pompoenblokjes, gerookte paprikapoeder, kurkuma, gemberpoeder, zout, peper, boter, 1 dl groentenbouillon.
Voor de saus : koppen en pantsers van de garnalen, 1 dl witte wijn, 2 dl visfumet, peper, zout, 1 dl room.
Mix de pompoen fijn. Voeg indien nodig nog wat bouillon toe om een smeuïge puree te verkrijgen.
Meng de aardappelpuree met de pompoenpuree en breng verder op smaak met peper en zout.
2. De wittewijnsaus : pel de garnalen en houd de koppen en pantsers bij.
Blus met de witte wijn en laat even inkoken. Voeg de visfumet toe en laat ongeveer 20 minuten zachtjes trekken.
Zeef de saus en druk de garnalenkoppen goed uit. Laat de gezeefde fumet inkoken tot de gewenste smaak en voeg de room toe.
Laat nog even inkoken tot een mooie saus. Breng op smaak met peper en zout. Indien nodig kan je de saus lichtjes binden met een beetje beurre manié.
3. Verdeel de broccoli in kleine roosjes en kook ze beetgaar in gezouten water. Giet af en laat goed uitlekken.
4. De pladijzen fileren of vragen aan de visboer om dit te doen. Dep de pladijsfilets droog en kruid met peper en zout.
Verhit een klontje boter met een scheutje olijfolie in een pan. Bak de pladijsfilets aan beide kanten goudgeel. Let erop dat de vis niet te lang bakt, want pladijsfilets garen snel.
5. Schik de pompoenpuree op de borden en leg de pladijsfilets erop. Verdeel de garnalen en de broccoli over de borden. Lepel de wittewijnsaus rond de vis en werk af met een streepje pesto.










.jpg)























